Een paar weken geleden had ik een gesprek met Atze J. Lubach, de voorzitter van Bovak Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders. In dit gesprek ging ik dieper in op zijn rol rondom de Tilburgse Kermis, maar ook over zijn rol als voorzitter van een kermisbond. Ik stelde hem een aantal vragen.

Tekst en fotografie: Gijs Franken

Voorzitter van een kermisbond

Ik vraag Atze hoe hij voorzitter is geworden van de kermisbond. Hij vertelt dat hij liefhebber van de kermis was en in het begin eigenlijk stiekem foto’s maakte. En dit werd opgepikt. “Zo ben ik ongeveer 10 jaar geleden begonnen met schrijven voor het kermisblad. Ik kreeg mijn kilometers vergoed, dus ik vond dat prima. Door het schrijven en het maken van een nieuwe layout voor het vaktijdschrift kwam ik in contact met heel veel kermisexploitanten en bestuursleden van twee bonden.” En toen zeiden mensen uit beide bonden: “Jij zou iets voor de bond moeten doen. Jij praat makkelijk, je kunt je goed formuleren. Je hebt charisma, en loopt al wat jaartjes mee.”

Hobbyist versus voorzitter. Hij zegt: “Alle jaren als hobbyist staan niet in verhouding met wat ik afgelopen 4 jaar heb geleerd. Ik heb het kermisbedrijf op een heel andere manier leren kennen. Van zaken waar je als louter liefhebber van de kermis geen weet van hebt. Nog steeds heeft hij altijd zijn camera bij zich om zo dingen te kunnen vastleggen, zegt hij. Om later dingen te kunnen evalueren, om met exploitanten te kunnen bespreken of om dingen vast te leggen die niet door de beugel kunnen.”

Verborgen agenda

Wat doe jij nu als je een kermis op loopt? Atze vertelt: “Ik heb een soort van verborgen agenda. Ik probeer dan altijd even contact te maken en met gebaren te vragen hoe het gaat. Bijvoorbeeld door even een duim op te steken of met mijn hand te zwaaien. Als ik tijd heb, ga ik het gesprek aan. Het kan dan weleens een ‘praatje pot’ zijn, zoals ik dat dan voor de gein noem. Of we hebben een onderwerp wat we echt even moeten bespreken.”

Midden in de maatschappij

Sociaal maatschappelijke rol. Hij vertelt: “Je hebt ook een sociaal maatschappelijke rol. En er is ook altijd een gezin bij een exploitant betrokken. Kinderen, ouders… En soms is er dus ook sprake van ziekte. Ik vind dat je daar gezonde interesse in mag hebben.”

Jonge exploitanten. Atze zegt: “Ik probeer vooral ook gesprekken te hebben met de jonge exploitanten in de leeftijd van 17 tot 25 jaar. Dat vind ik zeer interessant. Want deze groep is vaak nog aan het studeren. Ook hebben ze de keuze om het bedrijf voort te zetten (van hun ouders) of toch iets anders te kiezen, buiten de wereld van de kermis. Ik zie per seizoen 200 tot 250 kermissen in 6 maanden tijd.”

Andere taken. In de maanden oktober, november en december heeft hij ook nog gesprekken met gemeenten over de kermissen van 2020. Dit gaat dan over de opstellingen of over de pachtvoorwaarden. Daardoor weet hij nu ook al wat er komend jaar zoal nieuw op de kermis komt. Naast zijn voorzitterschap is hij ook nog rouwbegeleider voor kermisexploitanten en Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Vaak is het behoorlijk plannen als een van deze bijeenkomsten in het seizoen moet plaatsvinden. Een zaterdag of zondag kan dan eigenlijk nooit.

Bond

Ik stel Atze de vraag of een kermisbond te vergelijken is met een bond voor werknemers van een bedrijf. Hij zegt dat dit toch wel het geval is. Al zijn de werkzaamheden van een kermisbond heel divers. Zo is huisvesting voor in de rustige periode nu bijvoorbeeld een vraag van een kermisexploitant. Hij vertelt: “Wij hebben als bond al snel contact over dit soort zaken met een gemeente. Een exploitant lukt dit vaak niet in zijn eentje. Dit gaat dan om een persoonlijke vraag. Maar soms liggen er ook vragen van een groep exploitanten. Die pakken we dan ook op.”

Huisvestiging. Ik merk op dat huisvestiging voor in de rustige tijd dus op dit moment echt een ding is wat eigenlijk amper te maken heeft met de kermis zelf. Maar exploitanten kunnen dus ook voor dit soort vragen terecht bij de bond.”

Hulp bij aanschaf. De bond biedt ook hulp bij vragen als het gaat om de aanschaf van een nieuwe attractie. Vragen zijn dan soms: “Hoe krijg ik een hypotheek? Hoe kan ik deze attractie terugverdienen? Hoe ziet mijn seizoen er dan uit?”

Reizend door het land

Toen ik Atze aan de lijn had voor dit gesprek, zat hij in de auto. En vroeg ik me zo af hoeveel kilometers hij nu rijdt. Atze rijdt dus maar liefst 80.000 kilometer in een jaar tijd om al zijn leden te bezoeken op de diverse kermissen in het land. Dat betekent dat hij elke anderhalf jaar een nieuwe auto nodig heeft, vertelt hij. Zijn auto dient zelfs als “kantoor” tijdens het seizoen. Ook heeft hij een caravan die van alle gemakken is voorzien, en die ook als kantoor kan dienen.

Fietsen naar het werk. Ook neemt hij vaak zijn fiets mee, zoals naar de Tilburgse Kermis. Omdat deze 10 dagen lang niet te belopen is, pakt hij dan zijn fiets om over de kermis naar zijn leden te fietsen. Vaak zet hij dan zijn  auto aan de rand van een stad en fietst hij zo naar kermis die er dan draait.

1400 Kermissen in Nederland

Atze vertelt dat hij met 355 gemeenten te maken heeft. Dat zijn ongeveer 1400 kermissen waarvan Tilburg wel het “nationaal product” is, ofwel “de kermis van het seizoen”. En deze is natuurlijk ook de grootste. Hij komt bijna in alle provincies. Alleen in Zeeland bezoekt hij wat minder kermissen.

Noord-Brabant kermisprovincie. In Noord-Brabant bezoekt hij de meeste kermissen. Atze noemt Brabant zelfs de kermisprovincie van het land. In Brabant zijn gewoon heel mooie en veel kermissen te vinden!

Altijd reizende

Atze vertelt dat de Nederlandse exploitanten heel veel reizen. Zo zijn er op dit moment exploitanten uit ons land te vinden in Ierland, Engeland en Duitsland. Je ziet ze nu wel reizen met attracties die bij deze periode van het jaar horen. Dus in de zomer reizen ze met een o.a. breakdance of botsauto’s, maar nu reizen ze met een consumptieve zaak.

Hij vertelt: “(…) Die dag heb ik een exploitant gesproken die op drie winterevenementen stond. En deze exploitant moest eerst iets bij zijn ene kraam afgeven, om vervolgens naar een andere kraam in Hannover te gaan. En om ten slotte nog naar zijn 3de kraam te moeten. Toch is dat dan een ‘normale’ werkdag voor een exploitant.” 

Dorpskermissen

Ik leg Atze de vraag voor hoe het komt dat de dorpskermissen verdwijnen en hoe exploitanten hiermee omgaan. In heel veel dorpen zijn nog wel kermissen, gezien er nog 1400 kermissen zijn in Nederland. Toch is de samenstelling van dorpen heel erg veranderd de laatste 20 jaar. Veel voorzieningen verdwijnen er. In die lijn gaan kermissen ook mee. Een kermis of een circus was vroeger wel het hoogtepunt van het jaar in een dorp. Het aanbod is ook gegroeid. Ook zijn mensen in een dorp nu veel mobieler, dus kan je veel makkelijker naar een grote stad gaan om daar een kermis te bezoeken. Hij geeft aan dat als op internet te zien is dat bijvoorbeeld in Tilburg de meest spectaculaire attracties staan, dan ga ik toch niet naar het dorpje om de hoek waar er maar 5 staan.

Seizoen

Ik stel Atze de vraag of een echt kermisseizoen nog wel bestaat. Hij zegt dat het echte kermisseizoen is als alles meereist. Dus de school van de kinderen, de wooneenheid en de attractie. Hij ziet dat veel exploitanten tegenwoordig meerdere attracties hebben die ook vaak tegelijk op meerdere kermissen staan. Door de grote hoeveelheid vrijetijdsactiviteiten van tegenwoordig wordt er op kermissen al met al toch wel minder geld uitgegeven. De exploitanten zijn dus ook meer ondernemers geworden. Daarom exploiteren ze buiten het seizoen ook andere attracties, zoals schaatsbanen en oliebollenkramen.

Het Oliebollenseizoen. Hij durft te beweren dat er maar liefst 2000 oliebollenkramen in deze tijd van het jaar in het land staan. Deze worden bijna allemaal geëxploiteerd door kermisexploitanten. Hij zegt dat dit eigenlijk best logisch is dat juist zij deze kramen runnen, gezien ze ‘het product’ kennen. Dus het reizen met de kraam, 7 dagen in de week werken. En als er dan de laatste drie dagen van het jaar nog een tandje bij moet, dan maakt dat ze de entertainer.

Drukste maanden

Oktober, november en december zijn eigenlijk de drukste maanden voor de exploitanten zegt hij. Ze zijn aan de ene kant bezig met de winterevenementen, aan de andere kant zijn er diverse verpachtingen voor kermissen van 2020. Maar ook hun eigen sociale leven en het regelen van hun huisvesting voor in de rustige periode die na de drukke maanden komt.

Huwelijken. In januari komt iedereen een beetje op adem. Atze vertelt dat bijna alle voltrekkingen van huwelijken van exploitanten buiten het seizoen plaatsvinden. Deze zijn vaak in de rustigste maanden, dus veel van deze huwelijken zijn in januari. Omdat Atze ook Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand is, staan er voor hem nu al 3 voltrekkingen van huwelijken van exploitanten voor januari 2020 op de planning.

Wet- en regelgeving

Ik vraag aan hem of mijn indruk klopt dat er steeds meer wet- en regelgeving komt voor exploitanten. Atze beaamt dat er steeds meer regels en beperkingen bij komen. En dit is bij alle zaken waar een exploitant mee te maken heeft. Als je het alleen al hebt over het verzekeren, dan kost dat heel veel geld. Ook vertelt hij dat andere dingen duurder worden, zoals de diesel die een exploitant gebruikt. Maar ook zijn personeelskosten, als hij hoe dan ook al aan personeel kan komen. Hij vertelt ook dat hij kermis niet duur vindt. Dit gezien wat een exploitant er alles bij elkaar voor moet doen, en waar hij aan moet voldoen.

Seizoen 2019

Ten slotte stel ik de vraag hoe het kermisseizoen 2019 was. Hij zegt: Het seizoen is goed geweest. Waar het weer een belangrijke speler bij is. De zondagen in het seizoen zijn toch wel de belangrijkste dagen voor exploitanten. De Tilburgse Kermis was ook heel goed. Vooral de laatste zondag, vertelt hij. De exploitanten gingen daarom op de maandag erna naar hun volgende kermis met het gevoel ‘het kan nog steeds, ook in Tilburg’!”

Maar moeten we nog wel van een kermisseizoen spreken, gezien een exploitant tegenwoordig het hele jaar rond onderneemt?

Laat meer gerelateerde artikelen zien
Laat meer zien van Tilburg

Bekijk ook

Expositie in KunstLoc toont de toewijding binnen de textielkunst

Toewijding wordt meestal omschreven als hart voor de zaak hebben en vooral hard werken. Ma…