Ik kende de jonge vrouw niet,
Ze blies mist uit haar longen,
Tegen vale vlagen licht,
 
Haar haar woei uit capuchon,
Broodmager op wankelhakken,
Strelen slierten haar gezicht,
 
App-woorden even zat,
Haar ogen als lood staarden,
In mascaraveeg van traan
 
Of regen in grijze avond,
En wachtte in dreun door oordoppen,
Tot wat ze zich laat begaan,
 
En wat te dromen overblijft,
Zo haalde ik haar in, schreef,
 
En leende haar in mijn woorden,
Opdat zij dit ooit leest en herleeft.

Ad Nouwens – Schrijversatelier

Laat meer gerelateerde artikelen zien
Laat meer zien van Het Schrijversatelier

Bekijk ook

Slimme camera’s in plaats van paaltjes, maar is het duidelijk?

Tilburg – Vanaf maandag zijn de zestien verzinkbare palen rondom de binnenstad vervangen d…